candidate.card.title

candidate.card.description

Wegwijs in je rechten: pc330 - ouderenzorg

01/01/2024

De sector

De ouderenzorg omvat volgende instellingen: 

  • Rusthuizen
  • Rust- en verzorgingstehuizen
  • Serviceflats
  • Dagverzorgingscentra voor bejaarden
  • Dagcentra voor bejaarden

We hebben de afgelopen vier jaar in de sector een aantal stappen vooruit gezet. De signalen over de problemen in de ouderenzorg hebben we zeker opgepikt en omgezet in daden. We verbeterden de afspraken rond planning en een vroegere bekendmaking van de uurroosters. We voerden met IF-IC een nieuwe, modernere functieclassificatie in die nauwer aansluit bij de taken die je uitvoert op de werkvloer. We slaagden er de afgelopen twee jaar in om een extra toeslag op de eindejaarspremie te onderhandelen van ongeveer 450 euro bruto. uiteraard willen we voor de volgende jaren verder onderhandelen met een nieuwe Vlaamse Regering over een verbetering van jouw loon- en arbeidsvoorwaarden. De eindejaarspremie structureel optrekken richting een volwaardige dertiende maand, een verdere verbetering van de lonen, een gezonder evenwicht tussen werk en vrije tijd via betere planningsafspraken en het invoeren van een collectieve arbeidsduurvermindering zonder loonverlies zijn voor de BBTK een aantal van de speerpunten die na de verkiezingen op tafel moeten komen. Deze sector moet fundamenteel beter gemaakt worden om in te werken, alleen zo kunnen we de nodige nieuwe collega's aantrekken.

Je arbeidsovereenkomst

Een arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur of bepaalde duur. Een arbeidsovereenkomst die gesloten is voor bepaalde duur moet, in tegenstelling tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur, schriftelijk opgesteld worden en geldt voor een duidelijk omschreven taak. Als hier niet aan is voldaan, wordt deze arbeidsovereenkomst beschouwd als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. Normaal gezien zullen ook arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde duur schriftelijk worden afgesloten.

Ook de arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid moet schriftelijk vastgelegd worden. Als dat niet het geval is, wordt de werknemer beschouwd als voltijds in dienst genomen. In de arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid staat het arbeidsstelsel en het uurrooster vermeld. Een deeltijdse arbeidsovereenkomst kan niet afgesloten worden voor minder dan 13u per week. De deeltijdse werknemer kan in twee soorten arbeidsstelsels werken: 

  • Vaste werkregeling: de wekelijkse arbeidsduur blijft vast, hetzij per week (vb. 20u per week), hetzij over een bepaalde cyclus. (vb. een cyclus van twee weken, met een week van 30u en een week van 10u)
  • Variabele werkregeling: de wekelijkse arbeidsduur is veranderlijk, de gemiddelde wekelijkse duur is vastgelegd voor een bepaalde periode maar kan verschillen van week tot week (vb. een gemiddelde van 20u per week, na te leven voor een periode van 4 weken)

Je arbeidsovereenkomst vermeldt zaken zoals de begindatum van je tewerkstelling, de plaats van je tewerkstelling, je taakomschrijving en je arbeidsduur. 

In de ouderenzorg zijn er twee soorten arbeidsovereenkomsten mogelijk: 

  • De arbeidsovereenkomst voor arbeiders: het personeel van de technische diensten, het onderhoud, de keuken etc. 
  • De arbeidsovereenkomst voor bedienden: het verzorgend personeel, het administratief personeel, omkaderende functies

Je arbeidsduur

In de sector van de gezondheidsinstellingen- en diensten ligt de gemiddelde arbeidsduur op 38 uur per week. Het is mogelijk dat je bepaalde weken meer werkt dan 38u. Om de continuïteit van de zorg te garanderen zijn de arbeidsduurgrenzen in jouw sector verhoogd naar maximum 11u per dag en maximum 50u per week. In deze gevallen wordt over een periode van een halfjaar gekeken of de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38u wel gerespecteerd wordt.  

De minimale duur van een werkperiode is 3u. Dit kan soms teruggebracht worden op 2u, maar hier zijn strikte voorwaarden aan verbonden: 

  • Enkel in uitzonderlijke omstandigheden
  • Dit kan niet op vaste of weerkerende basis
  • Mag geen aanleiding geven tot een stelsel van onderbroken dienstroosters
  • Kan niet plaatsvinden tussen 22u en 7u
  • Mag niet aangewend worden als vervanging van zieke werknemers
  • Kan slechts 6 keer per kalenderjaar gebeuren

Het opmaken van de uurroosters gebeurt in de ouderenzorg in drie stappen.

  • Stap 1: gepland uurrooster

Dit uurrooster wordt opgemaakt uiterlijk 3 maanden voor aanvang van de maand waarop het uurrooster betrekking heeft, en op basis van een raadpleging van de werknemers en de noden van de dienst. Dit uurrooster (en eventuele wijzigingen) wordt gecommuniceerd aan de werknemers

  • Stap 2: geafficheerd uurrooster

Eén maand voor de aanvang van de maand waarop het uurrooster betrekking heeft, wordt het geplande uurrooster geafficheerd. Een wijziging van het geafficheerd uurrooster is pas mogelijk na gemeenschappelijk akkoord tussen werkgever en werknemer. Als er geen akkoord is, is een wijziging toch mogelijk als je werkgever aantoont dat hij alle mogelijke andere oplossingen heeft uitgeput. Je delegees in het sociaal overleg worden maandelijks geïnformeerd over de wijzigingen die eenzijdig door de werkgever gebeurd zijn en volgen deze dus op. Ook een wissel op vraag van de werknemer blijft uiteraard mogelijk, mits goedkeuring door de werkgever

  • Stap 3: definitief uurrooster

7 kalenderdagen voor aanvang van de week waarop het uurrooster betrekking heeft, is het uurrooster definitief. Dit uurrooster kan enkel gewijzigd worden in gemeenschappelijk akkoord tussen werknemer en werkgever en dus niet eenzijdig. Ook wissels tussen personeelsleden onderling zijn nog mogelijk, mits akkoord van beide partijen én de werkgever

Je loon

De sectorale loonbarema’s zijn de minimale lonen die gelden in een bepaalde sector. Dit betekent dat je werkgever je een hoger loon kan uitbetalen, maar nooit lager mag gaan dan de vastgelegde sectorbarema’s. 

In de ouderenzorg werd ook het nieuwe functieclassificatiesysteem IF-IC ingevoerd in 2017. In het laatste Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA-6) is BBTK erin geslaagd om budget te verkrijgen om IF-IC meteen volledig in te voeren. Werknemers die al in de sector werkten voor de invoer van IF-IC kregen de keuze om over te schakelen op deze nieuwe barema’s, of in het oude systeem te blijven. Afhankelijk van welke keuze voor hen meest voordelig was. Zowel de IF-IC-barema’s als de barema’s van het oude systeem zijn beschikbaar bij je BBTK-delegees en op onze website. Om je barema na te gaan zoek je op je loonfiche je functiecategorie op, en op basis van je functiecategorie kan je je correcte barema terugvinden.

Daarnaast word je in je sector ook beloond voor flexibiliteit in de vorm van toeslagen voor onregelmatige prestaties. Deze toeslagen zijn niet onderling combineerbaar: wanneer verschillende toeslagen van toepassing zijn, zal je telkens enkel de hoogste toeslag krijgen. 

  • Werken op zaterdag: toeslag van 26%
  • Werken op zondag: toeslag van 56%
    • Als je hebt gewerkt op een zondag, moet je binnen de vier weken die volgen op deze zondag inhaalrust krijgen. 
  • Werken op een feestdag: toeslag van 56%
  • Onderbroken dienst (dienst die begint en eindigt op dezelfde dag en die minstens 4u wordt onderbroken): toeslag van 50%
  • Nacht (= tussen 20u en 6u): hier wordt er een onderscheid gemaakt tussen de serviceflats en de rest van de sector
    • Serviceflats: nachtarbeid op een weekdag en op een zaterdag geeft recht op een toeslag van 35%, nachtarbeid op een zondag of op een feestdag geeft recht op een toeslag van 50%
    • De rest van de sector: 
      • Een toeslag van 35% voor prestaties tussen 20u en 6u (m.u.v. prestaties op zondag en op een feestdag)
      • Een toeslag van 35% voor de uren van een prestatie die middernacht overschrijdt, ook als deze begon voor 20u of eindigde na 6u
      • Een toeslag van 56% voor nachtarbeid op zondag of op een feestdag
  • Werken tussen 19u en 20u (m.u.v. prestaties op zaterdag, zondag en feestdag): toeslag van 20%

Je eindejaarspremie

In de ouderenzorg blijft de eis rond een volwaardige dertiende maand op de agenda staan. De eindejaarspremie bestaat nu uit de som van een vast geïndexeerd gedeelte van 1.202,31 euro (bedrag 2023) en 3,03% van je brutojaarloon. Als je voltijds gewerkt hebt van 1 januari tot 30 september van het uitbetalingsjaar ontvang je een volledige eindejaarspremie. Als dat niet het geval is, omdat je bijvoorbeeld deeltijds werkte of later in dienst bent getreden, heb je recht op een bedrag in verhouding. Je eindejaarspremie wordt in december uitbetaald. In 2022 en 2023 slaagden we erin een eenmalige extra VIA-toeslag te onderhandelen met de Minister van Welzijn, ten bedrage van ongeveer 450 euro. Deze werd telkens in januari van het volgende jaar apart uitbetaald. Uiteraard blijft BBTK druk zetten om deze toeslag jaarlijks weerkerend te maken en aan de eindejaarspremie toe te voegen.

Verplaatsingsonkosten

Voor woon-werkverkeer geldt de volgende regeling:

  • Trein: volledig terugbetaald
  • Ander openbaar vervoer: tot 75% van het sociaal abonnement terugbetaald
  • Privévervoermiddel:
    • Fiets: 0,35 euro/km (bedrag 1/1/2024) met een maximum van 2.500 euro/jaar
    • Andere vervoermiddelen: vanaf de 4de afgelegde kilometer heb je recht op een bijdrage van je werkgever die gebaseerd is op de abonnementskosten voor treinverkeer

Voor dienstverplaatsingen, andere dan woon-werkverkeer, in opdracht van je werkgever geldt de volgende regeling: 

  • Fiets : 0,35 euro/km (bedrag 1/1/2024)
  • Ander gemotoriseerd privévervoermiddel : 0,4269 euro/km (bedrag 1/1/2024)

Om recht te hebben op een vergoeding van je verplaatsingskosten dien je de afgelegde afstand te vermelden in een verklaring op eer. Bij gecombineerd gebruik van verschillende verplaatsingsmiddelen vergoedt je werkgever je telkens volgens de modaliteiten die gelden voor elk verschillend gebruik.

Arbeidsongeschiktheid

Eerst en vooral is het belangrijk dat je onmiddellijk je werkgever verwittigt wanneer je arbeidsongeschikt bent. Daarna moet je binnen de twee werkdagen die volgen een medisch attest bezorgen aan je werkgever. De specifieke regels over hoe je dit medisch attest kan bezorgen (elektronisch, aangetekend etc.) kan je vinden in je arbeidsreglement. Sinds 2023 moet je voor de eerste dag ziekte geen attest meer bezorgen, en volstaat het om je werkgever onmiddellijk te verwittigen. Dit is drie keer per jaar mogelijk, vanaf de vierde keer zal je wel moeten voorzien in een attest. Als je bij een werkgever werkt met minder dan 50 werknemers, kan je hij afwijken van deze regel. In dat geval moet je wel nog een dokterasttest bezorgen bij elke ziektemelding. Dat kan echter uitsluitend als het expliciet wordt vermeld in het arbeidsreglement.

Je hebt als bediende recht op één maand gewaarborgd loon bij ziekte. Bij arbeiders is dit de eerste 7 dagen ziekte, dat tot 30 dagen ziekte verminderd wordt naar een percentage van je loon. Nadien heb je recht op een uitkering van je ziekenfonds. Bij een contract van bepaalde duur van minder dan drie maanden heb je geen recht op gewaarborgd loon en ontvang je onmiddellijk een uitkering van je ziekenfonds. 

Verlof

Je hebt recht op vier weken wettelijke vakantie. Van deze vier weken kan je er drie aaneensluitend nemen, inclusief drie weekends. Je werkgever kan je verlofaanvraag uitzonderlijk weigeren omwille van organisatorische noodwendigheden. Vooraleer tot weigering over te gaan, moet je werkgever wel eerst alle beschikbare ondersteunings- of vervangingsmogelijkheden bekeken hebben. 

Vanaf 2024 zal je, wanneer je ziek wordt tijdens je vakantie, je wettelijke vakantiedagen kunnen omzetten in ziektedagen. Je ontvangt dan gewaarborgd loon voor ziekte en behoudt het recht om de vakantiedagen later op te nemen. Je moet hiervoor onmiddellijk je werkgever verwittigen, hem een geneeskundig getuigschrift bezorgen en meedelen dat je je vakantiedagen op een later moment wil opnemen. 

Vrijstelling van arbeidsprestaties (‘rimpeldagen’)

In de ouderenzorg krijg je vanaf een bepaalde leeftijd recht op vrijstelling van arbeidsprestaties, de zogenaamde ‘rimpeldagen’ of ‘VAP’-dagen. Het aantal VAP-dagen waar je recht op hebt hangt af van je leeftijd en je functie.

Val je onder een van de volgende categorieën? 

  • Het verplegend en verzorgend personeel
  • De werknemers die morele, filosofische of godsdienstige bijstand verlenen
  • De opvoeders en begeleidend personeel geïntegreerd in de zorgteams
  • De logistieke medewerkers geïntegreerd in de zorgteams
  • De maatschappelijk assistenten en psychologisch assistenten geïntegreerd in de zorgteams
  • De kinesitherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten, audiologen, diëtisten, psychologen, orthopedagogen en pedagogen, animatoren en alle andere personeelsleden tewerkgesteld in de zorgteams
  • De diensthoofden en adjunct-diensthoofden die rechtstreeks bovenstaande personeelsleden omkaderen
  • Gelijkgestelden: als je niet behoort tot bovenstaande groep, maar als je minimum 200u onregelmatige prestaties hebt verricht bij dezelfde werkgever in de 24 maanden die voorafgaan aan de maand waarop je de leeftijd van 45, 50 en 55 jaar bereikt

Dan heb je als voltijdse werknemer recht op: 

  • Vanaf 45 jaar: vrijstelling van 96u per jaar (12 dagen)
    • Verpleegkundig personeel, verpleegkundige diensthoofden en adjunctdiensthoofden kunnen kiezen voor een premie van 5,26% berekend op het loon in plaats van de vrijstelling
  • Vanaf 50 jaar: vrijstelling van 192u per jaar (24 dagen)
    • Verpleegkundig personeel, verpleegkundige diensthoofden en adjunctdiensthoofden kunnen kiezen voor een premie van 10,52% berekend op het loon in plaats van de vrijstelling
  • Vanaf 55 jaar: vrijstelling van 288u per jaar (36 dagen)
    • Verpleegkundig personeel, verpleegkundige diensthoofden en adjunctdiensthoofden kunnen kiezen voor een premie van 15,78% berekend op het loon in plaats van de vrijstelling

Voltijdse werknemers die niet vallen onder de bovenstaande functiecategorieën en niet gelijkgesteld zijn hebben recht op:

  • Vanaf 50 jaar: vrijstelling van 38u per jaar (5 dagen)
  • Vanaf 52 jaar: bijkomende vrijstelling van 38u per jaar (10 dagen)
  • Vanaf 55 jaar: bijkomende vrijstelling van 76u per jaar (20 dagen)

Tijdskrediet 

Tijdskrediet is een individueel recht om je loopbaan te onderbreken of je prestaties gedurende je loopbaan te verminderen. Dit recht garandeert dat je achteraf terug aan het werk kan in je oorspronkelijke werkregeling. Tijdens het tijdskrediet krijg je een vergoeding om het loonverlies te compenseren. Naast het tijdskrediet met motief bestaat er ook een bijzondere vorm van tijdskrediet voor oudere werknemers, de landingsbanen genoemd. Hierop wordt verder ingegaan onder het hoofdstuk ‘eindeloopbaan’.

Binnen het tijdskrediet met motief wordt er een onderscheid gemaakt naargelang het motief: 

  • Tijdskrediet met motief opleiding: maximum 36 maanden.
  • Tijdskrediet met motief zorg (zorgen voor je kind dat jonger is dan 8 jaar, palliatieve zorgen verlenen of zorg/medische bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad): maximum 51 maanden.

Let op: om recht te hebben op het opnemen van tijdskrediet met motief moet je minstens 24 maanden anciënniteit hebben.

Tijdens het opnemen van tijdskrediet met motief kan je een onderbrekingsuitkering krijgen van de RVA om het verlies van loon te compenseren. Daarbovenop kan je ook in aanmerking komen voor de bijkomende Vlaamse aanmoedigingspremie. Heb je hier vragen over of wil je bekijken of jij hier recht op hebt? Neem dan contact op met je BBTK-delegees of lokale BBTK-afdeling. Zij kunnen je het beste verder helpen met jouw individuele situatie.

Klein verlet

Er zijn bepaalde familiale omstandigheden of burgerlijke verplichtingen die je recht geven op ‘klein verlet’. In zo’n geval mag je afwezig zijn op het werk, maar behoud je wel je loon. Er zijn een hele reeks gebeurtenissen die het recht op ‘klein verlet’ openen. Denk bijvoorbeeld aan een begrafenis of een huwelijk van een familielid, of je eigen huwelijksfeest of wettelijke samenwoning. Je kan een gedetailleerde lijst van deze gebeurtenissen terugvinden in je arbeidsreglement. Raak je er niet aan uit? Aarzel niet om je BBTK-delegee aan te spreken.

Sociaal verlof

Het sociaal verlof, of verlof om dwingende redenen, geeft je recht op tien dagen onbezoldigde afwezigheid per jaar. Dwingende redenen zijn onvoorzienbare gebeurtenissen die een dringende en noodzakelijke tussenkomst vereisen. Een aantal voorbeelden zijn ziekte, ongeval of hospitalisatie van een persoon die met de werknemer samenwoont, of schade aan de woning van de werknemer door een brand of natuurramp. 

In zo’n gevallen verwittig je je werkgever op voorhand, of zo snel mogelijk, en mag je de tijd die nodig is afwezig zijn, met een maximum van 10 dagen per jaar.

Eindeloopbaan

Vanaf de leeftijd van 55 jaar tot aan je pensioen kan je je arbeidsprestaties verminderen tot  een halftijdse betrekking of met 1/5de. Deze zogenaamde landingsbanen zijn mogelijk als je voldoet aan de volgende voorwaarden: 

  • Je werkt in een bedrijf in herstructurering of moeilijkheden OF
  • Je bent een werknemer met een lange loopbaan (35 jaar als loontrekkende) OF
  • Je hebt gewerkt in een zwaar beroep gedurende 5 jaar in de afgelopen 10 jaar of 7 jaar in de afgelopen 15 jaar OF
  • Je hebt gedurende minstens 20 jaar gewerkt in een regime van nachtarbeid.

Daarnaast bestaat er ook het vroegere brugpensioen, het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. Bij SWT ben je ontslagen om een andere reden dan een dringende reden, en heb je afhankelijk van je leeftijd en je beroepsloopbaan onder bepaalde voorwaarden recht op een aanvullende vergoeding van je werkgever. 

  • SWT lange loopbaan: 
    • Minstens 60 jaar zijn bij het beëindigen van je arbeidsovereenkomst EN
    • Een loopbaan van 40 jaar kunnen aantonen.
  • SWT zwaar beroep: 
    • Minstens 60 jaar zijn bij het beëindigen van je arbeidsovereenkomst EN
    • Een loopbaan van minstens 35 jaar kunnen aantonen EN
    • Ofwel minstens 5 jaar in de afgelopen 10 jaar, ofwel minstens 7 jaar in de afgelopen 15 jaar in een zwaar beroep gewerkt hebben. 
  • SWT nachtarbeid: 
    • Minstens 59 jaar zijn bij het beëindigen van je arbeidsovereenkomst EN
    • Een loopbaan van 33 jaar kunnen aantonen EN
    • Minstens 20 jaar in een arbeidsregime met nachtarbeid gewerkt hebben.

Syndicale premie

Elke maand betaal je een bijdrage aan BBTK zodat wij je rechten zouden kunnen verdedigen. Als wederdienst hiervoor ontvang je jaarlijks een sociaal voordeel, de syndicale premie. In jouw sector bedraagt deze premie 110 euro bij een voltijdse bijdrage van vakbondslidgeld, en 55 euro bij een halftijdse bijdrage.

Om recht te hebben op een syndicale premie moet je ten laatste op 1 oktober van het jaar voor het uitbetalingsjaar aangesloten zijn bij BBTK, en in orde zijn met je lidgeld. Daarnaast moet je het jaar voor het uitbetalingsjaar ook minstens één dag in de sector van de ouderenzorg gewerkt hebben. Je ontvangt een attest van je werkgever, dat je ingevuld terugbezorgt aan je lokale BBTK-kantoor. Je syndicale premie wordt uitbetaald tussen mei en juli. Bijv. Als je ten laatste op 1 oktober 2023 aangesloten was bij BBTK, in orde bent met je bijdragen en in 2023 in de sector hebt gewerkt, heb je tussen mei en juli 2024 recht op je syndicale premie.

Aanvullend pensioen

In jouw sector heb je recht op een aanvullend pensioen, ook wel de tweede pensioenpijler genoemd. Sinds 2006 stort je werkgever om de 3 maanden een bedrag aan het pensioenfonds. Vanaf het moment dat je met pensioen gaat, wordt het opgebouwde bedrag samen met je wettelijk pensioen uitgekeerd. Je moet hier zelf niks voor doen en dit kost jou ook niks extra. Je krijgt jaarlijks een overzicht van het opgebouwde bedrag via een pensioenfiche. 


contact.headquarter

Place Rouppe | Rouppeplein 3
1000 Bruxelles | Brussel

contact.contactNumber

+32 2 519 72 11